ISALA

10-12-19

De Spoedeisende hulp (SEH) van ziekenhuis Isala is een afdeling met hectiek en dynamiek. De SEH is letterlijk de poort van het ziekenhuis waar de acuut zieke patiënt binnenkomt. Hetzij met doorverwijzing van de huisarts, de ambulance, via de naastgelegen huisartsenpost of op eigen initiatief. Op de werkvloer is het elke dag anders, en vraagt elke casus om een efficiënte aanpak. SEH-arts Marian van Schepen en SEH-verpleegkundige Marjan Boer delen hun ervaringen in een vraag-antwoord gesprek.

Verpleegkundige Marjan Boer (55) uit Kampen werkt sinds 1983 in Isala. In al die 36 jaar ervaart ze het ziekenhuis als prettige werkplek en heeft ze ontwikkeling doorgemaakt. “Toen ik kwam, heette dit nog de poliklinieken. Ik was eerst algemeen verpleegkundige, maar koos vanaf 1987 voor de dynamiek van SEH-verpleegkundige. Ik heb de ontwikkeling van de SEH vanaf de start meegemaakt en heb nog steeds plezier in mijn werk.’’ SEH-arts Marian van Schepen (35) komt uit de omgeving Meppel en werkt met tussenpozen negen jaar bij Isala. “Ik heb hier in drie jaar de opleiding tot SEH-arts gevolgd, wat voor mij de reden was om naar Isala te komen. Na twee jaar werk elders kwam ik terug vanwege de grote diversiteit aan patiënten en het leuke team. Dit is een vrij groot regioziekenhuis met alle specialismen. Dat maakt het werk gevarieerd.’’

Hoe ziet jullie professionele samenwerking eruit? Wat is ieders rol bij acute zorg en hoe komt dat samen?

Verpleegkundige Marjan: “Wij zien elkaar niet dagelijks, maar wel wekelijks. De combi van een SEH-arts en SEH-verpleegkundige is wel een dagelijkse. Als coördinator op de afdeling werk ik heel intensief samen met de spoedarts. Als de patiënt wordt aangemeld, beslissen de arts en verpleegkundige samen over hoe de patiënt wordt opgevangen, met welke middelen, mensen en in welke ruimte. We vullen elkaar aan tijdens de opvang en werken met elkaar als gelijkwaardige partners, ieder in z’n eigen rol. We beginnen dan gezamenlijk het eerste onderzoek.’’ Arts Marian: “Doordat we samen aan het bed van de patiënt staan, hoeft deze maar één keer het verhaal te vertellen. Dat is voor ons prettig, maar ook voor de patiënt. Als arts en verpleegkundige spreken we dezelfde taal en als de één een handeling begint, kan de ander makkelijk volgen. Als de dokter naar de longen luistert, meet de verpleegkundige het zuurstofgehalte. Een vlotte samenwerking.’’ Zeker omdat je snel moet schakelen in acute situaties, moet je op elkaar kunnen vertrouwen.

Hoe ziet dat er bij jullie uit?

Marjan: “Als ik bezig ben met opvang van iemand met een verstuikte enkel en ondertussen komt een groot ongeval binnen, roep ik ‘Marian, nu kamer 1!’ Dan weet ze dat acute hulp nodig is en ze hard moet lopen. We maken de hele dag situaties mee waarin je snel moet schakelen, van een chirurgische patiënt tot een ongeval of kindje. Anticiperen doe je continu in deze functie. Ben je niet stressbestendig, dan heb je op deze afdeling weinig te zoeken.’’ Marian: “Als arts heb ik blind vertrouwen als een verpleegkundige iets vraagt. Dan weet ik dat ik moet komen. Zij kunnen feilloos inschatten wanneer ze echt hulp nodig hebben of wanneer het even kan wachten. Je moet van elkaar op aan kunnen. Verpleegkundigen zijn heel autonoom en de kurk waar wij op drijven: ze vragen zelfstandig foto’s aan, prikken bloed en krijgen volledig commitment van de arts. Het werk is leuk, dynamisch en spannend. Dat is niet altijd in een protocol te vangen en dat zorgt dat bij ons de flow op de afdeling blijft.’’

Wat was jullie drijfveer dat je dit werk op de SEH wilde gaan doen?

Marjan: “Ik heb gekozen voor de SEH omdat hier de meeste hectiek, dynamiek en leermomenten zijn. Ik zag mij hier meer ontwikkelen dan op een verpleegafdeling. Ik hou heel erg van het onverwachte en met mij iedereen die hier werkt.’’ Marian: “Ik weet ’s ochtends niet wat ik aan het eind van de dag heb meegemaakt. Ik ben helemaal niet chaotisch of onrustig, of op zoek naar sensatie, maar ik houd wel van uitdaging. Dat is in de chaos de juiste zorg bieden voor elke patiënt en het verblijf op de SEH zo aangenaam mogelijk te maken. Ik vind het fijn de patiënten te begeleiden en zo goed mogelijk te helpen. Als iets goed verloopt, geeft dat de meeste voldoening en dat probeer ik dagelijks uit te stralen.’’

Wat maakt jullie werk interessant?

Marian: “Het vak Spoedeisende geneeskunde bestaat nog niet zo lang; zo’n 20 jaar in de huidige vorm en in Zwolle kwam hier ‘pas’ 13 jaar geleden de eerste SEH-arts. Het is dus een jong, dynamisch vak en nog volop in ontwikkeling. Daarnaast werken we met veel verschillende mensen samen op de afdeling, worden de patiëntenstromen drukker en zijn we ook bezig met uitbreiding van onze vakgroep.’’ Marjan: “Er wordt best veel van je gevraagd. Ook voor nascholing moet je elk jaar een aantal trainingen volgen. Het is interessant om nieuwe ontwikkelingen bij te houden.’’ Jullie zijn best ambitieus. Marian: “Als vakgroep hebben we als motto dat we de beste SEH van Nederland willen zijn. Niet alleen qua kennis en kunde, maar ook hoe we de afdeling en patiëntenzorg zo effectief mogelijk kunnen maken. En het verblijf van de patiënten op de SEH zo kort mogelijk. Veel casuïstiek evalueren we op leerpunten en wat we er van vonden.’’ Marjan: “Dat straalt af op de afdeling. De lat ligt best hoog om de kwaliteit van zorg te verbeteren en de opvang te optimaliseren. We kijken er vooral ook praktisch naar, want het gaat erom wat ik als verpleegkundige nodig heb om de zorg te verbeteren. Maar gelukkig doen we dat samen met anderen op de afdeling.” Hoe houd je werkplezier bij de uitoefening van je beroep? Marian: “Ik zit bij een leuke vakgroep; we kennen elkaar goed. We kijken bijvoorbeeld met gezonde blik naar hoe we onze werkstructuur efficiënt en duurzaam kunnen inrichten, zodat iedereen op de afdeling goed en fijn kan werken. Bijvoorbeeld het vullen van de dienstroosters in avond, weekend en nacht. Want het is wel zwaar en stressvol.’’ Marjan: “Ik haal werkplezier uit mijn eigen ontwikkeling. Ik kan als coördinator goed de afdeling aansturen. En de spoedartsen zijn erg benaderbaar voor vragen of overleg.’’

Hoe ga je om met impactvolle gebeurtenissen?

Marian: “Je kunt niet iedereen redden. Als het mis gaat, zijn we er ook voor elkaar. Dan is er een opvangmoment met elkaar. Bij heftige incidenten als trauma’s en reanimaties van kinderen is er bedrijfsopvang binnen Isala. Iedereen heeft wel momenten op zijn netvlies die je niet meer vergeet.’’ Marjan: “Die gebeurtenissen horen ook bij het vak. Dan is goede opvang belangrijk zodat je kunt praten met medewerkers van het team of met leden van de vakgroep over zo’n casus.’’ Hoe ervaar je de doorgroeimogelijkheden bij Isala? Marian: “De opleiding tot SEH-arts binnen Isala staat goed bekend. Er is er veel ondersteuning in cursussen voor artsen. Wij geven die cursussen ook zelf aan andere artsen in de regio. Er werken veel artsen in opleiding binnen Isala om het vak te leren kennen. Ik vind het leuk deze jonge dokters te begeleiden.’’ Marjan: “Door het bieden van uitdagingen houd je mensen vast. Zelf doe ik naast het werk op de afdeling diverse neventaken. Zoals een tijdje waarnemend hoofd van de afdeling en de dienstroosters. Ook ben ik gasttrainer bij de Isala Academie. Marian, tot slot: “De een vindt cursussen geven leuk; de ander is met een vervolgopleiding bezig. Andere collega’s doen weer onderzoek. Bij Isala heb je veel mogelijkheden om te doen wat je leuk vindt en dat geeft energie.’’

Klik hier voor het originele artikel.

Ben jij geïnteresseerd in een volgende stap in je carrière en/of jouw mogelijkheden bij Isala? Hou dan het vacatureoverzicht in de gaten, of maak een Jobalert aan.